Hoe krijg je structuur in Google Tag Manager?

Geen reacties
Tags: , , ,
Posted 08 feb 2017 in nieuws

Ben je onverwachts meer tijd kwijt aan het opzoeken van een tag? Ben je de benaming van een tag weer eens vergeten? Geloof me, je bent niet alleen. Dit merk ik vooral bij bedrijven waar de Google Tag Manager veel Tags bevat en weinig structuur heeft. Hoe meer Tags, des te slechter het overzicht. Als we wat meer tijd nemen voor structuur en regels dan betaalt dat zich op langer termijn uit. In dit blog vertel ik je hoe je de Google Tag Manager overzichtelijk houdt en vind je een checklist die het werk overzichtelijk houdt.  

Aanmaken Google Tag Manager

Veel bedrijven werken met de Google Tag Manager. Sinds de laatste updates is het allemaal vereenvoudigd. Dit zorgt ervoor dat bijvoorbeeld variabelen er al automatisch in staan en veelal zelf aangemaakte overbodig zullen zijn, hier kom ik later op terug. Als je nog geen Google Tag Manager hebt zal ik snel uitleggen hoe je dit aanmaakt.

Het begint bij het maken van een account en een container. Bij stap 1, de naam van het account kan je bedrijfsnaam zijn, in ons geval Trafficbuilders. Bij stap 2, de containernaam, kun je de website benoemen; in ons geval www.traffic-builders.com.

Sommige van jullie beschikken over meerdere websites of sub-domeinen. Het is overzichtelijker om deze allemaal onder 1 account te plaatsen, met elke website een eigen container.

Wanneer dit is aangemaakt, verschijnt er een pop-up met een script. Dit script is het Google Tag Manager script welke geplaatst moet worden in de broncode (<head> en <body>) op elke pagina van de website. Het script is nu in twee losse delen aangegeven, voorheen was dit er maar één. Als je het oude script al hebt geïmplementeerd, is het niet nodig om deze aan te passen naar het 2-delige script.

Mappen structuur in Google Tag Manager

Aan de linker kant staan Tags, Triggers, Variabelen en Mappen. Om te beginnen met een de eerste stappen voor het aanleggen van een juiste structuur, starten wij onderaan bij het aanmaken van mappen.

De mappen maken we aan om daarin Tags, Triggers en variabelen in te plaatsen. Deze kan je daardoor sneller terug vinden. Hieronder vind je een voorbeeld van een mappenstructuur die we verderop zullen gebruiken. Let op: dit is maar een voorbeeld, je kunt elke gewenste structuur maken, zolang er maar duidelijkheid in zit.

Variabelen structuur Google Tag Manager

Een variabele wordt gebruikt voor het opslaan van waarden uit het computergeheugen. In de Google Tag Manager gebruiken we de variabelen als helper voor Tags en Triggers. Google Tag Manager heeft nu diverse autovariabelen staan die we kunnen gebruiken. We gaan naar de knop ‘configureren’ en vinken alles aan bij klikken en formulieren. Hieronder een overzicht welke je allemaal kunt aanvinken.

Als je variabelen nodig hebt die niet aangevinkt zijn, kun je deze alsnog aanvinken en gebruiken. Bij het tweede gedeelte onder de knop ‘nieuw’ hebben we zelf aangemaakte variabelen. Wat vaak voorkomt is dat veel bedrijven meer dan 20 aangemaakte variabelen hebben staan. Sommige van jullie hebben misschien nog bijvoorbeeld ‘Element variabelen’ staan. Hiervoor zijn nu standaard ingebouwde variabelen. Hieronder een lijstje voor welke je ze kunt vervangen:

Element                                                 Deze kun je vervangen voor Click Element en Form Element;

Element Classes                                   Deze kun je vervangen voor Click Class en Form Class;

Element ID                                            Deze kun je vervangen voor Click ID en Form ID;

Element Target                                    Deze kun je vervangen voor Click Target en Form Target;

Element Text                                        Deze kun je vervangen voor Click Text en Form Text;

Element URL                                        Deze kun je vervangen voor Click URL en Form URL.

 

History New URL Fragment               Deze kun je vervangen voor New History Fragment;

History Old URL Fragment                 Deze kun je vervangen voor Old History Fragment;

History New State                               Deze kun je vervangen voor New History State;

History Old State                                 Deze kun je vervangen voor Old History State;

History Change Source                      Deze kun je vervangen voor History Source.

Nu we de eerste variabelen hebben opgeschoond gaan we de zelf aangemaakte variabelen opschonen of aanmaken. De eerste variabelen welke we aanmaken bij de knop nieuw is de variabele voor de Google Analytics UA-code. Hier zorgen we meteen voor dat we deze plaatsen in de map ‘1 GA’.

Heb je deze al staan, zorg dan voor een duidelijke benaming en plaats de variabele in de aangegeven map. De variabele maak je aan zodat niet voor elke Tag de UA-code los moet invullen, maar deze meteen kunt selecteren. Als deze ooit wijzigt kun je deze op 1 locatie aanpassen in plaats van elke tag afgaan waar de UA-code staat.

Tagstructuur

Nu zijn wij aangekomen bij het opschonen van tags. In het overzicht hieronder zie je een screenshot van een basis opzet van een Tagstructuur . De benamingen beginnen allemaal met een categorie, gevolgd door naam van de tag. Alle triggers (3e kolom) krijgen, waar mogelijk,  dezelfde naam mee als de Tag. Daarnaast zie je ook dat elke Tag in een map is geplaatst (4e kolom).

Heb je al diverse Tags staan in Google Tag Manager? Dan kun je deze benamingen zonder problemen aanpassen en koppelen aan een juiste mappenstructuur. Het overzicht hieronder is een voorbeeld, ik hoop jullie hierbij te ondersteunen met een basisstructuur.

Google Analystics Tag

De allereerste tag die geplaatst wordt is die van Google Analytics op alle pagina’s. Dit doe je als volgt:

Je klikt op ‘nieuw’ en klik je vervolgens op de rechthoek ‘Tagconfiguratie’.

Daarna verschijnt er een kolom aan de rechterkant, hier kies je de optie ‘Universal Analytics’.

Hier plaats je bij ‘Tracking-ID’ de optie ‘{{UA-Code}}’, dit is de variabele welke je eerder hebt aangemaakt. Kies voor ‘Meer instellingen’ en vervolgens voor ‘Velden die moeten worden ingesteld’. Vul nu alle velden in zoals hieronder is aangegeven (indien van toepassing).

  • forceSSL op true Dit forceert alle http pagina beacons ook naar https
  • allowLinker op true Indien crossdomain van toepassing is.
  • CookieDomain op auto Indien sub domeinen doorgemeten moet worden
  • anonymizeIp op true Indien je IP adressen van alle bezoeken wilt anonimiseren

Als trigger plaatsen we de ‘All Pages’, zodat de tag op alle pagina’s wordt afgevuurd. Deze staat al automatisch in Google Tag Manager.

*) Dit artikel is tevens gepubliceerd op de website van Traffic Builders.



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment