Teveel focus op agile/scrum staat echte innovatie in de weg

Geen reacties
Tags: , , , , , ,
Posted 17 Nov 2016 in nieuws

Innovatiemethodieken als lean startup, scrum en agile development staan de afgelopen tijd volop in de belangstelling. Deze populaire methodieken lijken van een afstandje op de aanpak van designers (focus op de eindgebruiker, prototyping en continue verbetering), maar door een doorgeschoten focus op snel ontwikkelen en al doende leren, komt de waardering van het voorstellingsvermogen van de designer onder druk te staan. Dit was één van de conclusies van het symposium Panta Rhei, afgelopen vrijdag aan de TU Delft.

Het symposium was georganiseerd door de faculteit Industrieel Ontwerpen, ter inauguratie van vijf nieuwe professoren: Catelijne van Middelkoop (Strange Attractors), Deborah Nas (Sunidee), Jeroen van Erp (Fabrique), Jos Oberdorf (NPK Design) en Roland van der Vorst (FreedomLab). In hun inaugurele redes gaven zij hun visie op design en leiderschap in een veranderende wereld.

Het is een interessante zet van de universiteit om twee vrijkomende vacatures voor fulltime hoogleraarschap in te vullen met vijf parttimers. Design staat volop in de belangstelling en de methodes van designers vinden hun weg naar bestuurskamers van bedrijven en overheden. Juist daarom is het af en toe belangrijk om tijd, ruimte en geld vrij te maken voor kritische reflectie op het vak en om de brug te slaan tussen onderwijs, onderzoek en praktijk.

Als partner van een bureau op het snijvlak van creativiteit, design, technologie en media kom ik dagelijks in aanraking met deze methodieken en juich hun toegenomen populariteit in principe toe. Vernieuwing van het traditionele, lineaire proces leidt als het goed is tot betere en impactvollere resultaten. Deze nieuwe methodieken moeten echter geen doel op zich worden. Ook zij brengen weer hun eigen uitdagingen met zich mee. Hieronder bespreek ik drie van deze uitdagingen en probeer een oplossing te bieden, aan de hand van een aantal onderwerpen die afgelopen vrijdag in Delft de revue passeerden.

Uitdaging 1: nieuwe technologie heeft een context nodig om begrepen te worden

Prof. Deborah Nas hield haar rede over de rol van designers in het wegnemen van de angst voor nieuwe technologie (“Anything that was invented after you were born”). Ze liet overtuigend zien waarom nieuwe technologie voor de meeste mensen vaak onwennig is. De positieve impact op lange termijn is abstract, terwijl de angst voor negatieve effecten meteen voelbaar is.

boris2

Mensen beoordelen nieuwe technologie vanuit hun huidige referentiekader en vinden het moeilijk om het potentieel te zien. Door de eeuwen heen zien we dan ook dezelfde argumenten terugkomen: het schrift zou ons geheugen beschadigen, de drukpers zou leiden tot information overload en TV tot sociale isolatie.

Het is volgens Nas de rol van designers om nieuwe technologie geaccepteerd te laten worden. Mooi voorbeeld: de enige reden dat een Tesla een grille heeft is dat het nog enigszins op een auto lijkt, terwijl dit mechanisch overbodig is en slecht voor de aerodynamica. Designers zijn volgens Nas getraind in het begrijpen van menselijke behoeften en deze te vertalen in hun ontwerp.

Het gevaar van scrum/agile innovatie is dat het gebruikersinzicht wordt gezien als uitkomst van het proces: door zo snel mogelijk een prototype te ontwikkelen en te testen komen we achter de gebruikersbehoeften zijn. Terwijl het juist efficiënter kan zijn om een geoefende designer/strateeg vooraf inzichten te laten verzamelen en over deze behoeften na te laten denken, om het innovatieproces de juiste richting op te sturen.

De oplossing: geef het innovatieproces vooraf voldoende richting, door het verzamelen van inzichten en het opstellen een goede designvisie, in plaats van direct te gaan ontwikkelen.

Uitdaging 2: echte innovatie is een totaalconcept en geen losse verzameling features

In het bekende boek ‘The Lean Startup’ pleit schrijver Eric Ries voor het zo snel mogelijk ontwikkelen en testen van een Minimum Viable Product (MVP): een product met het minimum aantal features dat nodig is om te kijken of het product werkbaar is.

Prof. Jeroen van Erp (foto boven) ging er hard in: “Het boek is té goed. Het laat mensen met een middelmatig idee erin geloven dat hun idee kan slagen”. Volgens Van Erp is het gevaar van dergelijke methoden dat het alle innovatie reduceert tot incrementele stapjes.

Eenmaal aangekomen in een realisatie- en implementatiefase is dit wenselijk. Zo kan men het idee steeds verder aanscherpen op basis van learnings uit de praktijk. Maar als je echt iets nieuws neer wil zetten moet je beginnen met een totaalconcept.

Designers zijn in zijn ogen getraind om zich een totaal nieuwe realiteit voor te stellen en deze op een aantrekkelijke en begrijpelijke manier te presenteren. Conceptueel voorstellingsvermogen is wat hem betreft één van de kernkwaliteiten van een goede designer. Zij hebben ervaring, kennis en intuïtie om de kwaliteit van een concept te beoordelen en zijn in staat om de verschillende belangen en wensen van meerdere groepen stakeholders met elkaar te verenigen. Het is begrijpelijk dat een organisatie vaak kiest voor het snelle resultaat van een MVP, maar werkelijk concurrentievoordeel ontstaat pas als er wordt ontwikkeld vanuit een geïntegreerde totaalvisie.

De oplossing: ontwikkel een Minimum Desirable Product (MDP) in plaats van een van MVP. Een MDP is een MVP plus een aantal zorgvuldig geselecteerde features die de eerste versie tot een totaalconcept maken dat gebruikers en stakeholders daadwerkelijk kunnen omarmen.

Uitdaging 3: een goed product is niets zonder een goed verhaal

Prof. Roland van der Vorst lijkt een vreemde eend in de bijt in Delft. Met een achtergrond als merkstrateeg gaat het hem meer om de betekenis dan om het ontwerp. Hij leidde zijn rede in met een veelzeggende vergelijking tussen de Google Glass en de Snapchat Spectacles. Waarom is de eerste gefaald en de tweede een succes? Dat heeft in wezen niets met de functionaliteit van product te maken, maar met de positionering. De Google Glass werd neergezet als een stuk gereedschap, de Snapchat Spectacles als een stuk speelgoed.

boris3

Deze keuze werkt door in het uiterlijk van het product, de gekozen functionaliteiten en de marketing. En daarmee betekent een min of meer gelijk product iets totaal anders voor de gebruiker. Met een Google Glass op je gezicht kom je over als een gadgetfreak die stiekem andere mensen bespioneert en informatie over hen opzoekt, terwijl de bezitter van een Snapchat Spectacles een ietwat vreemde, maar onschuldige modeaccessoire bezit.

Hiermee bewees Van der Vorst het belang van positionering voor het succes van een nieuwe innovatie of een nieuw ontwerp. In de vakken die hij geeft op de TU Delft probeert hij dan ook zijn leerlingen, die vaak technisch en visueel zijn ingesteld ook iets van storytelling en positionering bij te brengen.

Maar ook voor de praktijk is het belangrijk om het verhaal niet uit het oog te verliezen. Hoewel digitale transformatie tegenwoordig vaak hoger op de agenda staat dan het bouwen van een merk, en marketing vaak volgend is op innovatie, is volgens Van der Vorst juist een ijzersterke combinatie van een goed product én een goed verhaal de sleutel tot succes.

De oplossing: neem creativiteit en storytelling mee in het innovatieproces, in plaats van puur op functionaliteit te ontwikkelen en pas over het verhaal na te denken wanneer het op concrete marketing aankomt.

Kortom, methodes als scrum, lean startup en agile development zijn terecht populair. Ze zorgen voor meer focus op de gebruiker en minder risico in het proces. Maar het zijn methoden die het best tot zijn recht komen bij realisatie en implementatie en niet altijd even geschikt zijn voor het bedenken van nieuwe concepten.

Voor succesvolle innovatie is er meer dan ooit behoefte aan voorstellingsvermogen, visie en leiderschap. Erik van Engelen, commercieel directeur bij Eneco, gaf tijdens de Eneco Agile Afternoon vorige week al aan dat hij een agile ‘mindset’ belangrijker vindt dan de methode zelf en dat een belangrijke voorwaarde voor succesvol agile werken is dat er een duidelijke visie aan ten grondslag ligt.

Steve Jobs zei ooit: “It’s not the customer’s job to know what he wants”. Dat gaat misschien wat ver. Zeker als er een goed concept ligt, is het zaak dit zo snel mogelijk te testen bij gebruikers. Maar het kunnen identificeren van verborgen gebruikersbehoeften, het creëren van een aantrekkelijke oplossing en het vertellen van een goed verhaal zijn noodzakelijke stappen om tot een goed concept te komen. Het kost wat meer tijd en energie vooraf, maar is de meest efficiënte weg richting daadwerkelijk zinvolle innovatie.

*) Fotocredits Hans Kruse



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment